Het is oktober, Sinterklaas komt eraan en de speelgoedkast gaat niet meer dicht. Je trekt een la open, pakt een vuilniszak en blijft staan bij een houten auto die je zelf hebt uitgekozen. Wegdoen voelt als falen, houden voelt als stikken. Speelgoed opruimen is zo lastig omdat je het meestal op de verkeerde vraag probeert.
Speelgoed opruimen begint niet bij de hoeveelheid
De standaardtip is: kies twintig dingen en de rest gaat weg. Klinkt strak, werkt zelden. Een kind met twintig speeltjes die het nooit meer aanraakt, heeft nog steeds een volle kast. Een kind met veertig dingen waar het dagelijks mee speelt, heeft geen probleem.
De vraag is niet hoeveel, maar bij welke fase het hoort. Kinderen ontgroeien speelgoed bijna nooit van de ene op de andere dag. Het zakt langzaam weg: onderin de kist, achter de bank, onder het bed.
Zo zie je wat je kind is ontgroeid
Je hoeft er geen weekend voor vrij te maken. Vier vragen zijn genoeg.
- De drie-weken-test: wat heeft je kind de afgelopen drie weken niet aangeraakt? Leg het in een doos, niet in de vuilniszak. Mist niemand het, dan kan het weg.
- Kijk naar wat er nu gebeurt: bouwt je kind torens van alles wat los ligt? Speelt het winkeltje? Dan hoort speelgoed dat daarbij past binnen handbereik, ook als het niet nieuw is.
- Let op het frustratiespeelgoed: het ding dat je kind wegduwt of boos maakt is vaak nog te moeilijk of al te makkelijk. Dat is geen karakterfout, dat is een timingfout.
- Geef bewaren een datum: spullen voor later krijgen een plek buiten de speelkamer en een moment waarop je ernaar kijkt. Anders is het gewoon opslag.
Waarom speelgoed opruimen vóór Sinterklaas en Kerst slim is
Het moment is niet toevallig. Over een paar weken komt er speelgoed binnen van opa, oma, tantes en een Sint met goede bedoelingen. Wie nu niet ruimt, begint met een kast die al vol zit. Ruimte maken is geen straf voor het cadeau. Het zorgt ervoor dat het cadeau gezien wordt.
Wil je daarnaast zorgen dat er minder binnenkomt? Lees dan ook ons stuk over Sinterklaas zonder speelgoedberg. En wat je wilt houden maar even niet wilt zien, kun je laten roteren.
Wat doe je met speelgoed dat nog goed is?
Doorgeven aan familie of vrienden met een jonger kind, verkopen, of naar de kringloop. Twijfel je of je het over een jaar zelf nodig hebt, omdat er misschien een broertje of zusje komt? Dan mag het in de doos blijven, met die datum erbij. Alles daarbuiten gaat de deur uit.
Laat je kind meekiezen als het oud genoeg is. Een kleuter weet verrassend precies wat hij nooit meer pakt.
Opruimen zonder straks opnieuw te kopen
Het ongemakkelijke deel: je ruimt op en vult drie maanden later weer aan, omdat je kind een volgende fase in gaat. Nieuwe fase, nieuwe aankoop, nieuwe kist. Elke keer gokken in de winkel of het ook echt gebruikt wordt.
Het helpt als speelgoed kan meebewegen met waar je kind nu zit, in plaats van dat het blijft staan als de fase voorbij is. Dat is ook de gedachte achter RePlayClub: speelgoed dat komt en gaat in het tempo van je kind. Een paar voorbeelden van speelgoed dat bij een fase hoort, elk voor een ander soort spel:

Bouwen: 30 magnetische bouwstukken om van alles mee te maken.

Rollenspel: winkeltje spelen, tellen en afrekenen.

Bewegen: balans en coördinatie in drie niveaus.
Kies speelgoed voor de fase waar je kind nu zit en wissel als die voorbij is.
Begin met één la
Je hoeft niet de hele kamer te doen. Pak één la, één kist, één plank. Stel jezelf per ding dezelfde vraag: hoort dit bij waar mijn kind nu is? Ja, dan blijft het. Nee, dan gaat het in de doos met een datum.
Over drie weken kijk je erin. De kans is groot dat niemand iets mist, behalve jij misschien even.
Ruimte voor wat nu past
Speelgoed dat meebeweegt met je kind, bezorgd en weer opgehaald.
Bekijk de abonnementen
